Introductie: calcaneale spoor en fasciitis plantaris
Een calcaneale spoor (hielspoor) is een radiologisch zichtbare botuitgroei aan de mediale tuber calcanei, ter hoogte van de origo van de fascia plantaris. De spoor zelf is vaak een toevalsbevinding en wordt niet beschouwd als primaire oorzaak van de klachten: het klachtenbeeld wordt hoofdzakelijk verklaard door plantaire fasciopathie, een degeneratieve aandoening van de fascia plantaris.
Kenmerkend is startpijn onder de hiel bij de eerste stappen na rust (ochtend, na lang zitten), die tijdens activiteit afneemt maar bij overbelasting weer toeneemt.
Risicofactoren
- Verhoogde BMI
- Beperkte dorsaalflexie van de enkel door verkorting van m. gastrocnemius/soleus
- Langdurig statische of belastende beroepen
- Verminderde kracht van de intrinsieke voetmusculatuur
- Afwijkende voetstatiek (pes planus of pes cavus)
Stepped care bij fasciitis plantaris
De behandeling is primair conservatief; chirurgie is zelden geïndiceerd en pas na een langdurig, adequaat doorlopen conservatief traject.
Stap 1: Conservatieve behandeling
Doel
Reduceren van mechanische belasting van de fascia plantaris en opbouwen van belastbaarheid.
Analyse
- Beoordeling van dorsaalflexie enkel (Silfverskiöld-test)
- Beoordeling van voetstatiek en looppatroon
- Palpatie ter lokalisatie van pijnpunt (mediale tubercalcanei versus diffuus)
Behandeling
- Educatie: de spoor is geen oorzaak van de klachten, dit voorkomt onnodige fixatie op het beeldvormende bevinden
- High-load strength training van de fascia plantaris (evidence-based, o.a. Rathleff-protocol)
- Rekprogramma: fascia-plantaris-specifieke stretch en gastrocnemius/soleus-stretch
- Low-Dye taping ter ontlasting tijdens de acute fase
- Schoeiseladvies: adequate demping, boogondersteuning
Stap 2: Opschalen bij onvoldoende effect
- Individueel aangemeten orthese/steunzool
- Extracorporale shockwave therapie (ESWT) — goede evidentie bij chronische plantaire fasciopathie
- Nachtspalk bij uitgesproken ochtendstartpijn
- Corticosteroïdinjectie: terughoudend toepassen vanwege risico op fascia-ruptuur en vetkussenatrofie
Stap 3: Overweging van operatieve behandeling
Chirurgische partiële fasciotomie wordt zelden toegepast en pas overwogen bij persisterende klachten na minimaal 6 tot 12 maanden adequaat conservatief beleid.
Algemene overwegingen
- De aanwezigheid van een spoor correleert niet met de mate van klachten
- Actieve, belastingsgerichte oefentherapie heeft de voorkeur boven passieve modaliteiten
- Herstel verloopt vaak geleidelijk over meerdere maanden
Gebruikte literatuur en bronnen
- Rathleff, M. S., et al. (2015). High-load strength training improves outcome in patients with plantar fasciitis.
- Riddle, D. L., & Schappert, S. M. (2004). Volume of ambulatory care visits and patterns of care for patients diagnosed with plantar fasciitis.
- Thompson, J. V., et al. (2014). Diagnosis and management of plantar fasciitis.